“Ik ben een stuk ondernemender geworden”
Het verhaal van Patric
- Over cliëntondersteuning in Reusel -
In september 2022 komt cliëntondersteuner Laura van MEE voor het eerst bij Patric (49). Na een operatie aan een tumor in zijn darmen, wordt hij wakker en ziet een groot zwart gat. Hij blijkt door zuurstoftekort ineens volledig blind. Het leven van Patric staat op zijn kop en dat valt hem zwaar. MEE komt langs om te kijken of er, naast alle hulpverlening die al op gang is gekomen, nog meer mogelijkheden zijn om Patric te helpen.
“Laura kwam bij me langs en we hebben gesproken over wat het voor mij betekende om ineens blind te zijn. We spraken over de eenzaamheid in mijn nieuwe leven. Een belangrijk onderwerp voor mij, want van mijn eens zo actieve en sociale leven was niet veel meer over. Ik was voorzitter van stichting Vur Mekaar, waar verenigingen hun wagens konden bouwen. Ruim 22 jaar organiseerde ik de carnavalsoptocht. Ik reed motor, ging veel op reis en bezocht regelmatig de kroeg. En ineens was dat allemaal niet meer mogelijk.
Niet alleen blind
Als je blind bent, kun je een heleboel aanleren waardoor je dagelijkse dingen zelf weer kunt gaan doen. Helaas heb ik ook nog andere klachten over aan het zuurstoftekort. Ik heb nauwelijks gevoel in mijn linkerhand, een dof gevoel in mijn beide onderbenen en ik heb klapvoeten. Ik kan daardoor geen braille lezen en traplopen en andere activiteiten zijn erg lastig.
Denken in mogelijkheden
Voor mijn gevoel kon ik helemaal niets meer. Mijn oude leven was voorbij en ik zat noodgedwongen hele dagen alleen thuis. Laura vertelde me dat er zelfs in mijn geval echt nog wel dingen mogelijk zijn. Door de gesprekken met haar en later haar collega Karin, ging ik toch nadenken over nieuwe dingen in mijn leven. Er moest nieuw perspectief komen. Ik ben samen met Laura op zoek gegaan naar passende dagbesteding. Helaas bleek na een bezoekje daaraan dat dit toch niet aansloot bij mij en mijn beperkingen. Door mijn blindheid is mijn gehoor zo ongelofelijk goed dat de galmende ruimte waarin de dagbesteding zat, voor veel teveel prikkels zorgde. Maar dat er iets moest gebeuren, was me wel duidelijk. Ik moest iets gaan doen, anders werd mijn huis een gevangenis. Mijn netwerk was ook een onderwerp waar MEE zich mee bezighield. Van mijn netwerk bleef na mijn ziekte weinig over. Er is toen gekeken hoe ze dat netwerk weer kunnen opbouwen. Omdat dit tijdens de coronapandemie was, bleek dat nog knap lastig. Gelukkig heb ik een goede vriend die voor mij klaarstaat en ook op mijn zus kan ik altijd rekenen.
Maatje
De combinatie van klachten maakt mij een moeilijk geval. Gelukkig dacht cliëntondersteuner Laura goed mee over oplossingen. Ze communiceerde open en eerlijk met me, was heel realistisch. Als iets niet werkte, zoals de dagbesteding, dan werd dat gewoon meteen besproken. Voor haar was het ook de eerste keer dat zij een blind iemand begeleidde, maar ze leerde snel. MEE heeft mij aangemeld bij het maatjesproject van Kordaat maar op mijn advertentie kwamen helaas geen reacties. Ik heb nu een maatje via Visio, dat wordt betaald vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Ze komt iedere vrijdag van 10:00 tot 12:30 uur en dat bevalt hartstikke goed. Ze helpt me met de administratie en we lopen samen even naar de markt voor een loempia of een kop koffie. Dat klinkt voor gezonde mensen misschien als een vanzelfsprekend iets, maar voor mij is het heel belangrijk. Ik kom anders nauwelijks buiten, want alleen op pad gaan is geen optie. Ik zie geen contrast dus de ribbeltegels voor slechtzienden zijn voor mij niet bruikbaar. Bovendien is mijn evenwichtsorgaan van slag en kan ik geen richting houden. Mijn maatje geeft mij dus ontzettend veel vrijheid en even iemand anders om me heen dan de thuiszorg die iedere ochtend komt. Ik zit veel alleen en dan is een maatje echt heel fijn. Hopelijk komt er ook nog ooit een vrijwillig maatje, zodat ik op andere dagen ook de deur uit kan.
MEE(r)waarde
Mede dankzij MEE ben ik een stuk ondernemender geworden. Ik ga op vrijdag de deur uit met mijn maatje, ik ga eens per week eten bij een goede vriend en ik heb een oogcafé opgezet. De reis naar het al bestaande oogcafé in Eindhoven was voor mij te lang en te vermoeiend. Daarom heb ik samen met dorpsgenoten Aline en Martien, beiden slechtziend, een oogcafé opgezet voor mensen uit de Kempen. Het oogcafé heeft als doel het ontmoeten van lotgenoten en het uitwisselen van ervaringen. Het bleek een groot succes en nog steeds wordt het goed bezocht. Iedere vierde donderdag van de maand komen er zo’n 40 á 50 mensen. Ik vind het geweldig dat het zo’n succes is. Het betekent veel voor anderen én voor mij. Dankzij het oogcafé doe ik weer een beetje mee in de maatschappij. Dat klinkt als iets vanzelfsprekends maar dat is het voor mij niet. In plaats van alleen thuiszitten, kan ik weer van betekenis zijn en heb ik contact met andere mensen. De ondersteuning van MEE heeft daar absoluut aan bijgedragen.
MEE heeft overigens ook geholpen bij het aanvragen van mijn nieuwe badkamer. Die is vergoed vanuit de Wmo en al het papierwerk is door MEE geregeld. Erg fijn dat ik dat zelf niet hoefde te doen, dat is ongelofelijk lastig als je blind bent. Dat is het fijne aan de hulp van MEE. Ze zetten me aan het denken, maar regelen ook de praktische zaken als dat nodig is. Als je leven er ineens heel anders uitziet, is het fijn dat er een instantie is die je de weg wijst, je helpt en dingen regelt. Mijn beperking wegnemen kunnen ze niet, maar alle beetjes hulp maken het voor mij een klein beetje makkelijker.”