"Noor was mijn houvast"
Het verhaal van Manon
- Over onafhankelijke cliëntondersteuning Wet langdurige zorg (Wlz) in Limburg -
Het is mantelzorger Daisy die voor Manon (62) contact legt met MEE. Ze maakt zich zorgen om Manon, die op de plek waar ze woont niet de rust krijgt die ze nodig heeft. Dat vindt haar psychiater ook. Manon heeft een veiligere, prettigere plek nodig om te wonen, wil ze verder komen in haar traject. De vraag aan MEE is dan ook duidelijk: help Manon aan een beter passende plek om te wonen. Noor, onafhankelijk cliëntondersteuner Wlz bij MEE, gaat op bezoek bij Manon. Bij deze eerste ontmoeting treft ze haar zittend op haar bed, weggedoken in een hoekje.
“Toen Noor bij me kwam, was ik doodongelukkig. Ik had een kleine, donkere kamer met laag plafond. Een beetje een akelige ruimte. In het huis waar ik woonde, waren veel regels. Ik moest me aan het dagprogramma houden, terwijl dat niet bij me paste. Zo begon de dag altijd pas laat. Je mocht niet zomaar naar je kamer, die momenten waren vastgelegd. Ik voelde niet de ruimte om mezelf te zijn.
Hoop en houvast
Er waren hele rare regels. Alles werd voor me bepaald en het voelde soms alsof ik in een gevangenis zat. Zoiets kun je toch geen thuis noemen? De bewoners gingen onderling goed met elkaar om, ik viel erbuiten. Ik hoorde daar niet thuis, dat voelde ik. Daisy belde MEE en zo kwam ik in contact met Noor. Toen ik voor de eerste keer met Noor sprak over het vinden van een andere plek om te wonen, voelde dat hoopvol. Ze vroeg naar mijn wensen, waar ik wilde wonen. Dat vond ik fijn, ik voelde me gehoord. Maar heel eerlijk gezegd maakte het mij op dat moment niet uit waar ik naartoe kon. Als ik maar weg kon op de plek waar ik zat. Noor ging voor me op zoek, iets dat ik nooit had durven dromen. Ik bleef haar maar vragen of het goedkwam, ik ben een behoorlijke zeurpiet geweest in die periode. Maar Noor bleef naast me staan, ze was mijn houvast.
Ruimte voor mezelf
Ik woon nu een paar weken op mijn nieuwe kamer. Hij is lekker licht, er staan leuke spullen in en hij is mooi opgeknapt voordat ik erin ging. Ik heb mijn persoonlijk begeleider ontmoet, ze lijkt me erg vriendelijk. Er is afgesproken dat ik twee dagdelen naar de dagbesteding ga. Er is ruimte om andere dingen te doen, op mijn manier. Als ik om zes uur ’s ochtends wil ontbijten, kan dat. Ik kom regelmatig mijn kamer uit en drink beneden dan even met iemand een kopje koffie. Ze laten me hier vrij, behandelen mij niet als een crimineel. Die vrijheid zorgt ervoor dat ik bijdraag wat ik kan, zonder dat iemand daarom vraagt. Als ik zie dat de vaatwasser klaar is, ruim ik hem uit. Op mijn oude plek kreeg ik de hele dag zoveel -voor mij te zware- taken, dat ik niet nog dingen uit mezelf erbij ging doen.
MEE(r)waarde
Dankzij MEE heb ik de juiste ondersteuning om te leven. Als Daisy niet had aangeklopt bij MEE en Noor zich niet zo had ingezet, was ik daar nooit weggekomen. Ik ben zo dankbaar voor de hulp, ik heb er geen woorden voor. Noor was de drijvende kracht achter alles, zij haalde mij daar weg. Ze heeft daar zoveel energie in gestoken en dat bleef ze ook doen als ik haar weer eens lastigviel met berichten. Ik heb altijd veel bevestiging nodig gehad, heb weinig zelfvertrouwen. Dat is op mijn oude plek nog erger geworden, maar gelukkig was er daarna Noor. Ze kon mij met een simpel “het komt goed” weer tot rust brengen.
Ik ben hier echt aan het opknappen en heb ook weer zin om mezelf te verzorgen. Ik voel meer eigenwaarde. In de eerste week dat ik hier was ben ik weer eens bij de kapper geweest. Ik denk dat ik binnenkort ook wat nieuwe kleren ga kopen. Als ik dan persé naar buiten moet, wil ik er wel graag een beetje goed bij lopen.
De warmte en rust die ik hier voel is fijn. De begeleiding is heel lief, geen vraag is ze teveel. Ik kan hier mijn gang gaan, mijn ritme volgen en wordt als mens gezien. Dat doet me goed. Mijn kinderen zien het verschil ook. Ze zien dat het nu beter gaat en hebben aangegeven binnenkort eens langs te komen. Ik ben zo ontzettend blij met de hulp die ik van Noor heb gekregen en de plek waar ik nu woon. Mijn leven is totaal veranderd hierdoor. Ik heb dan wel geen eigen huis, maar als ik hier de deur uitga en na een tijdje weer binnenkom, kan ik zeggen: ‘Ik ben thuis’.”